Werken met delen: ja, ook als therapeut ben ik maar mens

  • Berichtcategorie:Blog
  • Leestijd:4 min. lezen
Je bekijkt nu Werken met delen: ja, ook als therapeut ben ik maar mens

Als therapeut ben je ook mens. Ook wij komen van alles tegen in onszelf. De afgelopen maanden werd ik bijvoorbeeld geconfronteerd met een oud thema: mijn moeite om nee te zeggen. Dat klinkt misschien klein, maar het raakt grote lagen. Want als ik geen nee zeg, loop ik vast in grenzen aangeven, doe ik te veel, en schiet ik in het pleasen van anderen. Ja, ook ik ben maar gewoon mens.

Misschien herken je het.
Dat je in jezelf meerdere stemmen hebt.
Een stem die zegt: “Nee, dit gaan we niet doen.”
En een andere die fluistert: “Doe het maar gewoon.”

Dat je je voorneemt om iets echt níét meer te doen, maar op het moment suprême toch “ja hoor” zegt.
Of dat je tegelijk een sterke wil voelt om voor jezelf op te komen én een diepe angst die je op de rem zet.

De laatste tijd verdiep ik me in het gedachtegoed van Internal Family Systems (IFS). De oprichter, Richard Schwartz, gaat ervan uit dat ieder mens uit meerdere delen bestaat. En hoe meer ik ermee werk—bij mezelf en met cliënten—hoe meer ik voel dat dit klopt.

Volgens IFS hebben we kwetsbare delen die we ooit moesten wegstoppen omdat ze te veel voelden, te veel pijn droegen. En dan zijn er de delen die het roer hebben overgenomen: de beschermers. Ze zijn ontstaan in tijden van spanning of trauma en hebben één taak: je veilig houden.

In mijn eigen proces kwam ik een heel bang deel tegen.
Niet nieuw—angst is een vertrouwde metgezel.
Maar ineens kreeg die angst een stem, een gezicht. Daarnaast ontmoette ik een waakzaam deel, altijd alert, altijd scannend of er gevaar dreigt. En er is een deel dat mist in mijn hoofd brengt. Zodra iets spannend wordt, daalt er een soort innerlijke nevel neer, als een zelfbeschermend gordijn: “We voelen het wel, maar niet te scherp, anders wordt het te veel.”
Dat deel heeft me jarenlang beschermd tegen overweldiging. Met recht een loyale beschermer.

Ook in brainspotting werken we met delen. Wanneer we met een specifieke oogpositie in het lichaam zakken, komt er ruimte. Een beschermlaag verschuift, en opeens mag een ander deel tevoorschijn komen: een bang kind, een pleaser, een innerlijke criticus, een verdrietige puber, een opgejaagde volwassene. Het lichaam weet precies welk deel aandacht nodig heeft—als we maar durven luisteren.

Binnenkort gaan een paar van mijn collega’s een verdiepende cursus volgen om nog beter met deze delen te leren werken. Want de ervaring leert: als we delen begrijpen, verzachten en bevrijden, verdiept dat het hele therapeutische proces.

Misschien klinkt dit alles een beetje vaag.
Maar misschien herken je juist heel veel.

Misschien heb je soms die enorme zelfhaat die ineens kan opvlammen.
Die kritische stem die je voortdurend omlaag duwt.
Dat pleaser-deel dat al knikt voordat jij weet wat je eigenlijk wilt.
Of die plotselinge angst, terwijl je rationeel wéét dat er niets dreigt.

Zowel IFS als Brainspotting zegt dan: dit zijn delen die vroeger nodig waren, maar nu niet meer. Delen die ooit hielpen overleven, maar die nu herstel juist kunnen tegenhouden omdat ze nog steeds vanuit oude ervaringen handelen.

Het mooie is: ze hoeven hun zware taak niet voor altijd te blijven dragen.

Door naar ze te luisteren, ze te erkennen, en met compassie met ze te werken—via brainspotting, IFS, of beide—kun je deze delen stap voor stap bevrijden. En dan ontstaat er ruimte.
Een gevoel dat je niet meer geleefd wórdt door je delen, maar dat jij, met jouw wijze volwassen kern, weer aan het roer mag staan.

En misschien is dat wel het meest menselijke van alles:
dat we allemaal delen in ons dragen die ooit hun best deden.
Delen die mogen leren dat het gevaar voorbij is en dat ze mogen ontspannen!

Misschien herken je iets van wat ik in dit blog beschrijf.

Een deel dat zich vastbijt.
Een ander deel dat bang is.
Of een beschermend mechanisme dat ooit nodig was, maar nu vooral in de weg staat.

Als je voelt dat er in jou ook iets beweegt, iets dat voorzichtig zegt: “Misschien mag dit eindelijk gezien worden…” dan ben je welkom.

In Brainspotting is er ruimte voor al jouw delen — precies zoals ze zijn.
Zacht, zonder druk, op jouw tempo.

Voel je vrij om contact op te nemen als je wilt onderzoeken wat jouw systeem je wil laten zien.
Of meld je aan wanneer je denkt dat brainspotting jou kan helpen.